maandag 23 mei 2016

In den beginne 2



En terwijl de Schepper, inherent aan zijn aard, vol Liefde doorging met het scheppen, kwam er een soort van idee in de Schepper naar boven. Alles is in mij en ik ben in alles, maar wie is de Schepper. Hij kende zichzelf niet en had, als het ware, geen spiegel waarin hij zichzelf kon “zien”. Het idee werd geboren, al het geschapene samen in een Eenheid te scheppen en daardoor in deze Eenheid zichzelf te kunnen herkennen. De kroon op zijn schepping. En hij begon en schiep de mens. En alles was in de mens en de mens was in alles.
Zijn evenbeeld met dezelfde liefdevolle manier van scheppen in zich als de Schepper bezat. De spiegel waarin Hij zichzelf herkende. Alles wat de Schepper is, is ook de mens, zijn evenbeeld, met dezelfde grootse creativiteit en scheppingsdrang. En hij herkende zichzelf en zag neer op het wonder van zijn Zijn. En omdat de mens uit de Schepper geschapen is, naar zijn evenbeeld, werd hij Zoon genoemd. De eerstgeborene en de kroon op zijn schepping. Zijn evenbeeld, met al het geschapene in zich en voor eeuwig verbonden met Al Wat Is. De Schepper is in de Zoon en de Zoon is in de Schepper. Al het geschapene is in de Zoon en in de Schepper. En in de Schepper en in de Zoon is al het geschapene. En dit is de Eenheid in alles. Alles heeft alles in zich, dus ook zowel Yin als Yang, het mannelijke en dus ook het vrouwelijke. Dus schonk hij zijn Zoon vol Liefde een gelijkwaardig evenbeeld. De vrouw, zodat zij samen in Eenheid mede Scheppers waren van de Schepper. Beide in compleet evenwicht, in het mannelijke zowel als het vrouwelijke.

Liefs,       Martha



Geen opmerkingen:

Een reactie posten